Jaarbeeld
Kennis en Zorgcentrum Genderdysforie
2025

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorwoord

door bestuur Kennis en Zorgcentrum Genderdysforie

Als Kennis en Zorgcentrum Genderdysforie (KZcGondersteunen en behandelen wij mensen die ervaren dat hun geboortegeslacht niet overeenkomt met hun identiteit of hoe zij zich voelen. We bieden zorg die zorgvuldig wordt afgestemd op de unieke behoeften van ieder individu. Daarbij hebben we aandacht voor de ingewikkelde vraagstukken die dikwijls spelen in deze zorg. Daarnaast leiden wij nieuwe zorgprofessionals op en doen we onderzoek naar onder andere de effecten en bijwerkingen van behandelingen. Zo blijven we de transgenderzorg verbeteren op basis van de allernieuwste inzichten.  We delen deze kennis met artsen, onderzoekers en collega’s over de hele wereld. 

Het aantal personen dat zich aanmeldt voor medische transgenderzorg is de afgelopen tien jaar fors toegenomenwachtlijsten voor deze zorg zijn zeer lang. Amsterdam UMC heeft de capaciteit daar dan ook flink uitgebreid, maar is daarbij afhankelijk van beschikbaar personeel en zorgbudgetHet KZcG zet zich dan ook in voor het aangaan van diverse netwerksamenwerkingen . Niet elke vorm van genderzorg hoeft in een academisch centrum plaats te vinden. Door bijvoorbeeld laag complexe ingrepen op een andere locatie uit te voeren, kan KZcG de expertise en kwaliteit waarborgen en tegelijkertijd de druk op de wachttijden verminderen Dit helpt om de beschikbare landelijke capaciteit zo goed mogelijk te benutten en mensen op de juiste plek de juiste zorg te bieden. 

De zorg voor genderdiverse mensen is in toenemende mate onderwerp van het politieke en maatschappelijke debat. Met name de interventie met puberteitsremming bij genderdiverse jongeren en de wetenschappelijke onderbouwing daarvan krijgt veel aandacht. Eind 2023 startte de Gezondheidsraad, op verzoek van de minister van VWS, een onderzoek naar puberteitsremmers en genderbevestigende hormoonbehandelingen. Het rapport wordt eind juni 2026 verwacht. Binnen dit veranderende landschap gaf KZcG veel uitleg en opleiding over wetenschappelijk onderzoek, inzichten en uitdagingen bij deze zorgvuldige zorg. Dit gebeurde zowel in (internationale) media als binnen opleiding en nascholing aan diverse betrokkenen in het genderzorgveld. Daarnaast werkte KZcG met veel andere instellingen samen, om bij te dragen aan meer toegankelijke transgenderzorg in netwerkverband.

Dit jaarbeeld biedt een overzicht van activiteiten en ontwikkelingen binnen het KZcG in 2025. 

Bestuur Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie
drs. A. Wensing-Kruger 
prof. dr. M. Bouman 
dr. S.E. Hannema

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Organisatiestructuur 

 

Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (KZcG) biedt gespecialiseerde, multidisciplinaire zorg aan kinderen, jongeren en volwassenen met genderdysforie. Binnen het centrum werken ruim 160 professionals vanuit verschillende medische, psychologische en ondersteunende disciplines nauw samen. Onder meer de afdelingen kindergeneeskunde, endocrinologie, gynaecologie, KNO, plastische chirurgie, urologie, psychiatrie en medische psychologie dragen gezamenlijk bij aan een integraal zorgaanbod. De kracht van het KZcG ligt in onze multidisciplinaire samenwerking. Doordat we samen op één poli werken, kunnen we elkaar makkelijk opzoeken en direct afstemmen. Door expertise vanuit verschillende vakgebieden te bundelen, bieden wij zorg die aansluit bij zowel de medische als psychologische behoeften van onze patiënten. Zo streven wij naar toegankelijke, deskundige en persoonsgerichte zorg gedurende het gehele zorgtraject. 

Bestuur & werkplekmanagement

Het bestuur van het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (KZcG) is verantwoordelijk voor de kwaliteit en organisatie van het zorgpad, de multidisciplinaire samenwerking en het beheer van de integrale begroting. Daarnaast bepaalt het bestuur de strategische koers van het centrum, waaronder visieontwikkeling, jaarplannen en meerjarenbeleid. Ook vertegenwoordigt het bestuur het KZcG extern en zet het zich actief in voor kennisdeling en de verdere ontwikkeling van het transgenderzorgnetwerk in Nederland.
Het bestuur bestaat uit de volgende leden;

  • drs. A. Wensing-Kruger, voorzitter, medisch psycholoog en hoofd sectie Gender en Seksuologie 
  • prof. dr. M. Bouman, plastisch chirurg en afdelingshoofd Plastische Chirurgie 
  • dr. S.E. Hannema, kinderarts-endocrinoloog 

Waar het bestuur verantwoordelijk is voor de strategische koers van het KZcG, verzorgt het werkplekmanagement de dagelijkse operationele aansturing. Hierbij ligt de focus op capaciteit, kwaliteit, veiligheid, werkbaarheid en het coördineren van dagelijkse processen. Het werkplekmanagement bestaat onder andere uit de teamleider van de polikliniek en vertegenwoordigers van de disciplines endocrinologie, chirurgie en mental health.

 

 

 

 

 

 

 

Samenwerkingsrelaties

 

Amsterdam UMC vervult een belangrijke rol in de zorgspreiding binnen de transgenderzorg. Hierbij staat het principe ‘de juiste zorg op de juiste plek’ centraal binnen regionale en bovenregionale zorgnetwerken. Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (KZcG) werkt nauw samen met een breed netwerk van partners en stakeholders om de toegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit van zorg te bevorderen. Wij onderhouden intensieve contacten met gendercentra in binnen- en buitenland, ggz-instellingen, ziekenhuizen en andere zorgverleners. Daarnaast werken wij samen met patiënten- en belangenorganisaties, lokale en landelijke overheden, zorgverzekeraars en toezichthoudende instanties. Door deze verbindingen dragen wij bij aan een goed afgestemd en toekomstbestendig zorglandschap voor genderdiverse personen.

Landelijk platform transgenderzorg

De afgelopen jaren is de zorgcapaciteit voor transgenderzorg landelijk toegenomen, maar de tekorten blijven aanzienlijk. Om te komen tot een landelijk dekkend netwerk, is intensief overleg gevoerd tussen zorginstellingen, het ministerie van VWS en verzekeraars. Dit overleg heeft in 2024 geleid tot de oprichting van het Landelijk Platform Transgenderzorg (LPT).

Het LPT bouwt voort op het werk van de kwartiermaker transgenderzorg, die van 2018 tot eind 2022 de taak had om de wachtlijsten in de transgenderzorg terug te dringen. Amsterdam UMC, samen met Radboudumc en UMCG, is medeoprichter van de stichting LPT en draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een efficiënt en landelijk dekkend zorgaanbod.

Netwerkzorg 

Wij staan voor netwerkzorg en geloven in intensieve samenwerking met verschillende zorgpartijen om de best mogelijke zorg te bieden. Daarom werken wij nauw samen met zorgverleners in de eerste, tweede en derde lijn, zodat zorg optimaal op elkaar aansluit en capaciteit binnen het netwerk effectief wordt benut. 

Deze samenwerking heeft er in 2025 onder andere toe geleid dat 99 zorgvragers van onze wachtlijst passende zorg konden ontvangen via onze netwerkpartner Zaans Medisch Centrum.

Genderclinic 

Sinds 2020 werkt het KZcG samen met de Gender Clinic in Bosch en Duin. Deze samenwerking is in de loop der jaren geïntensiveerd en uitgebreid, wat heeft geleid tot een strategische alliantie. In 2025 lag de nadruk op het concretiseren van de alliantieplannen en het tot stand brengen van een formele samenwerkingsovereenkomst. Het doel van deze samenwerking is om de capaciteit voor laagcomplexe, hoogvolume genderchirurgie te vergroten en daarmee de wachttijden voor transgenderzorg in Nederland te verkorten. Naast mastectomieën zullen ook chirurgische ingrepen zoals phalloplastiek zonder plasbuis en vaginaplastiek bij de Gender Clinic worden uitgevoerd. Hierdoor ontstaat bij Amsterdam UMC meer ruimte voor hoogcomplexe genderchirurgie en kunnen patiënten met een operatiewens sneller geholpen worden. Sinds de formele start eind 2025 zijn er al tientallen vaginaplastieken uitgevoerd in de Gender Clinic.

Deze samenwerking laat zien hoe netwerkzorg in de praktijk werkt. Door kennis, personeel en faciliteiten te delen, kunnen Amsterdam UMC en de Gender Clinic gezamenlijk meer patiënten helpen, zonder concessies te doen aan kwaliteit of veiligheid. Het opleiden van zorgprofessionals en het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek worden voortgezet binnen deze alliantie. Het uiteindelijke doel is de transgenderzorg in Nederland naar een hoger niveau te tillen en ervoor te zorgen dat patiënten de juiste zorg op de juiste plek ontvangen.

Patiëntenzorg

Multidisciplinaire genderbevestigende behandeling wordt altijd in nauw overleg met de zorgvrager aangeboden. Tijdens een diagnostische fase wordt onderzocht welke zorg en ondersteuning nodig zijn om volledig in overeenstemming met het eigen gender te leven. De behoeften verschillen sterk per persoon, waardoor behandeltrajecten en wensen op het gebied van behandeling variëren. Sommige zorgvragers kiezen alleen voor hormoonbehandeling, terwijl anderen ook genderbevestigende operaties wensen. Samen met de zorgvrager wordt gekeken naar de behandeling die het beste aansluit bij de persoonlijke wensen en behoeften. Een medisch transitietraject beslaat doorgaans meerdere jaren.

Wachtlijstproject

Het KZcG ontvangt momenteel maandelijks ongeveer 100 tot 120 nieuwe aanmeldingen van volwassenen, waarvan een substantieel deel eveneens bij andere zorgaanbieders staat ingeschreven op de wachtlijst.

Om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten en inzicht te krijgen in de toekomstige zorgvraag, is in 2024 een project gestart om de zorgvraag van wachtenden op de wachtlijst in kaart te brengen. Dit project is in 2025 voortgezet. Omdat veel wachtenden al langere tijd op de lijst staan, kan hun zorgvraag in de loop der jaren veranderd zijn. Daarom heeft het KZcG de volledige wachtlijst actief benaderd om de actuele zorgvraag te inventariseren. Op deze manier kunnen patiënten bij het moment van zorgverlening op de juiste plek terechtkomen en gemakkelijker doorstromen naar samenwerkingspartners. Patiënten die aangeven geen zorgvraag meer te hebben, worden van de wachtlijst verwijderd.

Genderraad

De genderraad is een patiëntenadviesraad die als doel heeft de kwaliteit van zorg binnen het KZcG te bevorderen. De raad geeft gevraagd en ongevraagd advies over zorg, wetenschappelijk onderzoek en andere onderwerpen binnen het KZcG. Hiertoe neemt de raad deel aan werkgroepen, beleidsdagen en vergaderingen van het KZcG. De genderraad staat voor persoonsgerichte zorg waarbij inclusiviteit in de breedste zin van het woord, samen beslissen en duidelijke communicatie centraal staan. Er bestaat een samenwerking met de afdeling ethiek (Metamedica) en de genderraad door de organisatie van de genderdialogen. Het doel hiervan is onderzoeken wat ‘goed samen beslissen’ is. Deelnemers zijn zorgverleners en bestuur van het KZcG en de genderraad. Verschillende ethische dilemma’s in de zorg zijn thema’s rondom zelfbeschikking, kwetsbaarheid en goed zorgverlenerschap. Streven is 2-3 dialogen per jaar. Geleerde lessen uit deze dialogen worden toegepast in de klinische praktijk.

Steunpunt gendervragen

Het steunpunt gendervragen is een laagdrempelige voorziening binnen het KZcG voor iedereen met gender-gerelateerde vragen of behoefte aan een luisterend oor. Vanaf de start in 2021 hebben meer dan 2500 mensen een beroep gedaan op het steunpunt, in 2025 waren er ruim 500 contacten via telefoon, mail of een live bezoek.

Het steunpunt is er behalve voor transgender- en genderdiverse personen ook voor partners, ouders, familieleden, hulpverleners, buddy’s, onderwijsmedewerkers en andere betrokkenen. Men hoeft geen patiënt te zijn in het ziekenhuis. Gesprekken met de ervaringsdeskundige medewerkers van het steunpunt zijn vertrouwelijk, de informatie die wordt geboden is neutraal en gebaseerd op beschikbare (wetenschappelijke) kennis. Waar nodig wordt de vraagsteller verwezen naar andere organisaties, websites of zorgaanbieders.

In 2025 had ongeveer de helft van de contactzoekers eigen gendervragen, een kwart was hulpverlener en een op de vijf waren ouders. Ongeveer een op de drie contacten ging over een minderjarige: meestal werd het contact gelegd door de ouder of hulpverlener, maar in sommige gevallen door de jongere zelf.

Vragen aan het steunpunt gingen bijvoorbeeld over het onderzoeken van de genderidentiteit, coming-out, sociale transitie, discriminatie, contact met gelijkgestemden, praktische hulpmiddelen en prothesen, (het vinden van) psychische hulp, medische en paramedische zorg en community organisaties. Ook juridische onderwerpen en vragen over vergoedingen van behandelingen kwamen voor. Net als in eerdere jaren waren psychische uitdagingen en genderbevestigende behandelingen de vaakst voorkomende thema’s.

De eigen kamer die het steunpunt vanaf medio 2025 heeft betrokken, op een zichtbare plek nabij de wachtruimte en receptie, trekt een toenemend aantal bezoekers. Zorgverleners van het KZcG brengen hun patiënten steeds vaker in contact met het steunpunt, door bijvoorbeeld aan het eind van het consult even mee te lopen.

Ervaringen en gesignaleerde knelpunten in de genderzorg worden regelmatig teruggekoppeld aan het zorgteam: zo wordt bijgedragen aan kwaliteitsverbetering en patiëntcommunicatie. Ook draagt het steunpunt bij aan in- en externe samenwerkingen op het gebied van onderzoek en onderwijs.

Wetenschappelijk onderzoek

Om patiëntenzorg te bieden die in lijn is met de nieuwste kennis, wordt er wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd binnen het veld van genderzorg. Dit onderzoek wordt vaak in internationale samenwerkingsverbanden uitgevoerd met partners wereldwijd. Het betreft zowel medisch inhoudelijk onderzoek als studies gericht op de verbetering van genderzorg. Dit heeft 2025 geleid tot 44 publicaties en 7 promoties. Bovendien zijn er momenteel meer dan 30 promovendi die in de komende jaren hun promotie zullen behalen. 

Genderidentiteitsontwikkeling

Het onderzoek naar genderidentiteitsontwikkeling richt op het beter begrijpen van genderidentiteit en genderincongruentie. Hiervoor worden gedurende het gehele traject en na afloop van de behandeling data verzameld bij kinderen, jongeren en volwassenen. De laatste jaren is er meer aandacht voor andere genderidentiteiten dan de klassieke binaire categorieën (man en vrouw). De invloed van deze gewijzigde maatschappelijke benadering van genderidentiteitsontwikkeling, genderpresentatie en trends in aanmeldingen voor transgenderzorg kunnen door continue dataverzameling goed gevolgd worden. Met behulp van hersendata wordt onderzoek gedaan naar de neurobiologische achtergrond van genderincongruentie en wordt onderzocht of de genderbevestigende hormoonbehandeling van invloed is op (ontwikkeling van) de hersenen. Een ander belangrijk onderzoeksthema is de ontwikkeling van genderidentiteit, genderrolgedrag en seksualiteit gedurende de levensloop bij transgender personen. Dit onderzoek geeft inzicht in factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van genderdiversiteit en is tevens van belang voor de inrichting van de zorg. Onderzocht wordt of verschillende ontwikkelingspaden onderscheiden kunnen worden en of als gevolg daarvan ook behoefte is aan verschillende zorgpaden. Dit wordt onder andere gedaan in het VIDI-onderzoek van Annelou de Vries (externe link) naar transgenderzorg voor jongeren.

De laatste jaren was er een toename in aanmeldingen voor transgenderzorg te zien. Verder onderzoek moet inzicht geven in de verklaringen voor veranderingen in aanmeldingen en voor verschuivingen in subgroepen. Ook wordt de mentale gezondheid van genderdiverse kinderen, jongeren en volwassenen onderzocht. Hierbij is een specifieke link tussen autisme en genderincongruentie gevonden. Welke implicaties dit heeft voor behandeling en uitkomst wordt nader onderzocht.   

Uit onderzoek is bekend dat transgender personen kwetsbaar zijn voor suïcidale gedachten en gedrag. In samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en 113 Zelfmoordpreventie wordt onderzoek gedaan naar een suïcidepreventie-interventie voor tansgender en genderdiverse jongeren en jongvolwassenen (T-ROTS Onderzoek | 113 Zelfmoordpreventie (externe link)). Ook wordt deelgenomen aan een door ZonMW gefinancierd kennisnetwerk voor suïcidepreventie in het Sociaal domein (project over suïcidaliteit onder middelbare mannen en sociaal kwetsbare jongeren).  

Een ander belangrijk onderzoeksthema richt zich op de manier waarop besluitvorming in het medisch genderbevestigend traject plaatsvindt. Hierbij is aandacht voor wilsbekwaamheid bij adolescenten, zelfbeschikking en de medisch-ethische aspecten van samen beslissen.  

Specifieke aandacht in onderzoek is er ook voor transgender ouderen. In april 2025 werd een internationale Lorentz workshop (externe link) georganiseerd met transgender personen, zorgverleners en onderzoekers waarin gedurende 4 dagen werd toegewerkt naar een onderzoekagenda teneinde de zorg voor transgender ouderen te verbeteren. 

Promoties 2025 

  • Remi Soleman promoveerde op onderzoek naar de effecten van hormonen op hersenactiviteit bij transgender personen en vrouwen met PCOS 

Effecten van hormonale verandering 

Het onderzoek binnen het thema ‘hormonale effecten’ richt zich met name op de korte- en langetermijneffecten van hormoonbehandeling. Onderstaande studies lopen bij het KZcG: 

  • de ACOG-studie kijkt met name naar langetermijneffecten van alle mensen die in het KZcG zijn behandeld. Hiertoe worden hun gegevens gekoppeld aan ziekteregistraties, zoals PALGA en CBS, zodat naar de incidentie van verscheidene aandoeningen kan worden gekeken. 
  • de ENIGI-ENDO-studie kijkt naar relatief korte termijneffecten (tot 3 jaar) van hormonen op tal van lichaamsprocessen en op subjectieve gevoelens. Uitkomstmaten zijn onder andere botdichtheid, lichaamssamenstelling, vetstofwisseling, borstontwikkeling en stemming. De ENIGI-ENDO-studie wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met centra in Gent, Florence, Oslo en Tel Aviv. 
  • In 2021 is ENIGI-ADOLESCENTS van start gegaan met een vergelijkbare opzet als ENIGI-ENDO. Deze studie richt zich op jongeren die starten met puberteitsremmers en/of behandeling met geslachtshormonen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met centra in Gent en Florence.
  • Daarnaast zijn er studies naar relaties met beenmergvet, soa’s en hiv, seksuele tevredenheid, hormoonbehandeling bij non-binaire identiteiten, effecten van progesteron op borstgroei, mondgezondheid, nierfunctie, microbioom, veroudering, cognitie en slaap.
  • In 2023 is David Doyle met een ERC Starting grant binnen de afdeling Medische Psychologie en het KZcG gestart met onderzoek naar de effecten van de hormoonbehandeling op sociale uitkomstmaten zoals relaties (AFFIRM relationships) (externe link)
  • In 2025 is een Marie Skłodowska-Curie Actions Doctoral Network subsidie toegekend voor het netwerk Gender Insight dat 1 januari 2026 van start is gegaan. Dit internationale netwerk, gecoördineerd vanuit Amsterdam UMC met partners in Berlijn, Kopenhagen en Oslo, gaat onderzoek doen naar biopsychosociale invloeden op gender tijdens (diverse) hormonale transities (Gender Insight). (externe link)

Promoties in 2025

  • Lidewij Boogers promoveerde op onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van puberteitsremming en puberteitsinductie bij jongeren met genderdysforie

  • Noor Gieles promoveerde met haar proefschrift: “Pleasure, hormones and care practices: addressing sexuality in healthcare for transgender people”.

Genderbevestigende chirurgie

Genderbevestigende chirurgie omvat chirurgische ingrepen die het lichaam en de fysieke kenmerken van een persoon in overeenstemming brengen met de genderidentiteit. Het wetenschappelijk onderzoek binnen de genderbevestigende chirurgie heeft als doel de kwaliteit van deze zorg te verbeteren.Waar mogelijk voeren we dit onderzoek uit in nauwe samenwerking met de doelgroep, zorgverleners en andere relevante stakeholders. We richten ons op de behoeften van transgender en genderdiverse personen, bijvoorbeeld op het gebied van informatievoorziening, individuele behandelwensen, begeleiding en nazorg, en de ervaren uitkomsten van de zorg. Het onderzoek kan worden ingedeeld in drie thema’s:

  1. zorgevaluatie
  2. verbetering/ ontwikkeling van chirurgische technieken en 
  3.  inrichting van zorg rondom genderbevestigende chirurgie.  

1. Wereldwijd worden voor genderbevestigende chirurgische behandeling veel verschillende typen operaties en operatieve technieken aangeboden. Welke technieken de beste resultaten geven en welke operatie het best passend is voor welk individu is vaak niet duidelijk. Onderzoek naar de resultaten is helaas te versnipperd om helderheid te geven. Met ons onderzoek hebben we samen met de transgender populatie en met zorgprofessionals betere en meer gestandaardiseerde uitkomstmaten ontwikkeld (het GenderCOS project (externe link)). Met deze zogeheten Core Outcome Sets kunnen we het internationale onderzoek standaardiseren en verschillende studies met elkaar vergelijken. Daarnaast zijn er patiënt gerapporteerde uitkomst meetinstrumenten (de GENDER-Q) ontwikkeld waarmee de ervaringen van transgender en gender diverse personen kunnen worden gemeten. Op deze manier kunnen we de voor- en nadelen van de verschillende operaties beter in kaart brengen.

2) Binnen het thema verbetering/ontwikkeling van chirurgische technieken wordt onderzocht hoe de operatietechnieken verder verbeterd kunnen worden. De verbeteringen kunnen gericht zijn op minder risico op complicaties, een beter esthetisch resultaat, een betere functie, meer/beter gevoel, of opties die beter aansluiten bij wensen van de zorgvrager. Een voorbeeld is het onderzoek naar vaginaplastiek operaties waarbij darm of peritoneum weefsel wordt gebruikt om de vaginaholte te maken.  

3) Het thema inrichting van zorg rondom genderbevestigende chirurgie richt zich op verbetering van informatievoorziening en besluitvorming en op de inrichting van het individuele zorgpad. De ervaringen van cliënten en zorgverleners met betrekking tot de besluitvorming, behandeling en het traject na de behandeling worden onderzocht. Ter ondersteuning van het beslissen worden keuzehulpen (www.genderaid.org (externe link)) en andere informatievoorzieningen ontwikkeld. Ook wordt gekeken hoe we het keuzeproces zelf kunnen verbeteren.

Promoties in 2025: 

  • Florence Heijsters promoveerde met het proefschrift; ‘Surfing through digitalization: The co-design, implementation and evaluation of a digital patient-centered tool in plastic surgery care’
  • Jayson Sueters promoveerde met het proefschrift Vagina transplantation: fantasy or reality?
  • Joyce Asseler promoveerde met het proefschrift Reproductive desires and gynaecological organ function in trangender and gender diverse individuals
  • Asra Vestering promoveerde met het proefschrift Tangled up. Navigating Pathways of Gynaecological Gender-Affirming Surgeries for Transmasculine and Gender diverse Individuals

Publicaties

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onderwijs en opleiden

Het geven van onderwijs aan studenten en het opleiden van zorgprofessionals is een van onze kerntaken. Alle collega’s van het KZcG zijn hierbij betrokken. 

Onderwijs aan studenten

Binnen het Amsterdam UMC, tijdens de bachelorfase van de geneeskundestudie vormt transgenderzorg onderdeel van het vaste curriculum. Daarnaast kunnen studenten de minor Transgender medicine volgen, waarin alle facetten van de transgendergeneeskunde uitgebreider aan bod komen. Tijdens de masterfase krijgen alle coassistenten tijdens hun coschap Interne geneeskunde de mogelijkheid om mee te lopen op de polikliniek van het KZcG. Verder worden er regelmatig keuzecoschappen Transgender medicine georganiseerd voor studenten in het laatste jaar van hun opleiding.  
Ook buiten het Amsterdam UMC en de geneeskunde-opleiding wordt onderwijs gegeven in de vorm van verschillende (structurele) gastcolleges, bijvoorbeeld binnen faculteit bèta bij de studie Gezondheid en Leven van de Vrije Universiteit, pedagogiek faculteit van de Universiteit Utrecht.  
Het KZcG biedt (wetenschappelijke) stages aan voor studenten psychologie, geneeskunde en Gezondheid en Leven.  

Opleiden van zorgprofessionals

Tijdens de medisch-specialistische vervolgopleidingen heeft het KZcG een belangrijke rol in het opleiden van arts-assistenten. Er worden stages aangeboden binnen alle disciplines binnen het KZcG. Regelmatig bezoeken collega-medisch-specialisten uit binnen- en buitenland de polikliniek om ervaring op te doen en om deze kennis mee te nemen naar hun eigen zorginstelling. Onderwijs wordt op frequente basis (vaak multidisciplinair) gegeven aan psychologen, huisartsen (in opleiding), endocrinologen en gynaecologen. Enkele concrete voorbeelden zijn de ‘Kennis-middag transgenderzorg voor endocrinologen’, vast onderwijsblok binnen de postdoctorale GZ-opleiding binnen RINO Amsterdam en de RINO Groep . Daarnaast geven de verpleegkundig consulenten van KZcG onderwijs op de Amstel Academie aan obstetrieverpleegkundigen in opleiding.